Vanmorgen is het eens niet koud en laat ik de jas open. Het waait wel wat, maar ook dat vind ik vandaag wel lekker. We gaan rechtsaf langs het Duits Lijntje. En komen niet ver deze keer…
Ik zie katjes! Een nog maagdelijk, niet geknot wilgje doet haar best tussen al het verwaaide blad. Het waait harder langs het in onbruik geraakte Duitse Lijntje. Ondanks de grote kiezels en het vaak gladde pad, is het een van mijn favoriete wandelingen. Je loopt als het ware boven op een dijk en hebt een nog weidser uitzicht dan normaal. Knotwilgen, bolakkers, ondergelopen stukken land, verwaarloosde bosjes, het is er allemaal.
Je kunt uren langs het spoorlijntje wandelen, maar op de een of andere manier kom ik nooit ver. Vandaag word ik door het klapperen van een snavel tegen gehouden. Dat lijkt verwacht veel op…En jawel hoor: het is een OOIEVAAR! Alweer. Hij (of zij) vliegt over me heen en ik begin te twijfelen. Zo van onderen ziet zo’n vogel er toch heel anders uit. Ik volg het gevaarte, wat een kanjer! De ooievaar maakt een hele grote ronde en pas bij zijn tweede rondje zie ik waar hij omheen vliegt. Het vrouwtje! Boven op een hele hoge afgeknakte boom staat zij daar. Op het moment dat ik haar zie begint ze weer te klepperen. Wat een schouwspel wat een geluk dat ik dat weer mag meemaken.
Na enige tijd, als ook het mannetje is neergestreken op een andere geknakte hoge boom, probeer ik het stel vast te leggen met mijn mobieltje. Het lukt niet, te ver weg om enig mooi beeld te weerspiegelen. Na toch zeker een kwartier stilstand vervolg ik mijn weg, een beetje balend dat ik die vogel niet heb kunnen vastleggen in zijn vlucht.
En dan, bijna thuis gebeurt het: de kalkoenen stormen op me af. He? De hond blijft zelfs onopgemerkt en de drie witte dames kloeken me toe. De grote zwarte mannetjeskalkoen toont zich ook met al zijn pracht en praal. ‘Hij is skon van lillikheid’ zou ons oud omaatje zeggen als ze nog leefde. Voor de niet Brabo's: 'Hij is mooi van lelijkheid' En dat is hij.