vrijdag 4 februari 2011

Een vruchtbare, stoute wandeling

Wind mee en we hebben er flink de pas in. Het is grijs en een beetje fijnstofmiezerig. Toch verschijnt er een grote lach als er een ooievaar over me heen vliegt. En al helemaal als ik een wat ouder stel het bos in zie duiken…
Ooievaars vormen voor mij, en zeker ook voor anderen - zo bijzonder ben ik niet- het teken van vruchtbaarheid. Nieuw leven. Geluk. Baby’s. Ze maken me altijd blij. Gelukkig hebben we zo her en der ooievaarsnesten staan en zie je de vogels steeds vaker in het dorpsbeeld. Als ik ook nog een afgewaaid takje vol knoppen voor mijn voeten zie liggen, kan ik er niet meer omheen: langzaamaan maakt de natuur zich klaar voor nieuw leven. Nieuw elan en een heerlijke nieuwe energie. Ik sla deze keer rechtsaf in plaats van links te gaan en loop over een wat slordig asfaltpaadje. Links ligt een veldje in de blubber en rechts een weilandje met twee pony's, een travelsleeper en daarachter is nog iets van een volkstuinachtig gebeuren. Op enige afstand loopt een stel met een hond voor me. Hand in hand. Een mooi beeld geeft het. De mensen zullen tegen de vijftig zijn en ja, om dan nog hand in hand te lopen…of is het niet al zo lang maar heel pril? Loop je alleen hand in hand als de vonken er nog van af spatten? Ik loop wat te mijmeren en te fantaseren totdat het stel rechtsaf slaat. Zomaar zonder pad het takkenbos in dat welhaast geen beschutting biedt. Ze moeten echt door nattigheid en het gaat nergens naartoe… Of zouden ze…? Nu? Terwijl het best winderig en koud is? Daar in het bosje? Hihi. Ik vind het wel grappig en probeer zo nonchalant mogelijk voorbij te lopen. In een glimp zie ik dat ze nog wat doorlopen en het er inderdaad op lijkt dat ze nog wat meer beschutting zoeken. Maar echt zeker weten doe ik het natuurlijk niet. Misschien zijn het gewoon mijn stoute gedachtes dat ik overal lente en heerlijke verliefdheid wil zien. Maar ach, wat maakt het ook uit. De terugweg geeft tegenwind en stemt me al weer anders. Ik was trouwens de schat bijna vergeten te controleren, en zie dat de kist nog fier en uitnodigend wacht. Zoals het met de mooiste schatten van het leven wel zal zijn, bedenk ik me terwijl ik me energiek op weg begeef naar weer een andere schat.